Herkomst achternamen

Voor ons is het vanzelfsprekend dat we een voornaam en een achternaam hebben, maar vroeger lag dat anders. Wat is de achtergrond van de herkomst van onze achternamen?

De middeleeuwen

In de vroege middeleeuwen droeg men stoere Germaanse namen als Adelmar, Hadewig, Everhard, Hildegard. Er bestonden heel veel verschillende namen en men leefde in kleine groepen – een extra naam was eigenlijk niet nodig. In de loop van de middeleeuwen komt daar verandering in. Dit is de periode die cruciaal is voor de herkomst van achternamen.

Heiligennamen

Door de grote invloed van het christendom krijgen steeds meer kinderen een heiligennaam. Kinderen heten bijvoorbeeld Jan, Trijne, Pieter, Griete. De verscheidenheid is veel kleiner dan bij de Germaanse namen.

Opkomst van de steden

Het is ook de tijd waarin de steden groeien en de registratie van mensen steeds beter wordt, onder meer voor handel en rechtspraak. Dan wordt het belangrijk om de vele Jannen van elkaar te kunnen onderscheiden. Dit is de belangrijkste verklaring bij de herkomst van achternamen.

Prestige

Naast de praktische noodzaak om mensen te kunnen onderscheiden, speelt bij het populair worden van achternamen ook mee dat men het deftig vond staan. Ook dit speelt mee bij de herkomst van achternamen.

Soorten achternamen

De herkomst van achternamen is vaak een vadersnaam, ook wel patroniem (Heinrik Allaertssoen ‘zoon van Allaert’), een beroep (Godfried de Crudenier ‘kruidenier’), een bijnaam (Hubert Roobaert ‘rode baard’) of geografische aanduiding (Govaert van Ghent).